Advies en Grondonderzoek, sondering met
minisondeerrups
Minimale afmeting voor het nemen van een sondering:
breedte 80 cm
toegangshoogte 180 cm
opstelruimte breed 120 cm
lang 300 cm
werkhoogte 300 cm
gewicht 1600 kg
Verankering vindt plaats via twee grondankers of twee verankeringsplaten die aan een bestaande betonvloer worden gekoppeld.
Inleiding: Dit rapport bevat informatie over het sonderen met een minisondeerrups. Hierin wordt uitleg gegeven over de technische mogelijkheden van het apparaat en op welke wijze het onderzoek wordt verricht wat uiteindelijk resulteert in de meetresultaten. Als bijlagen zijn enkele voorbeelden over de bodemgesteldheid van verscheidende projecten bijgevoegd. Deze laten zien wat de mogelijkheden zijn van deze minisondeerrups.
Technische specificatie sondeerapparaat: Het grondonderzoek wordt uitgevoerd met een minisondeerrups (figuur 1), welke ideaal is om zowel in beperkte als in lastig bereikbare ruimtes een sondering uit te voeren. Met een breedte van 80 cm, een hoogte van 180 cm en een lengte van 250 cm kan dit sondeerapparaat bijna alle bouwlocaties bereiken, zowel in- als uitpandig. Het tegengewicht om de sonderingen te nemen wordt verkregen d.m.v. grondankers (figuur 2). Een andere mogelijkheid is om aan een bestaande betonvloer te verankeren m.b.v. geboorde ankerbouten. Het gewicht van onze sondeerstelling is circa 1600 kg.

Onderzoek: De sondering wordt uitgevoerd conform NEN 5140, daarbij wordt de puntweerstand en eventueel de kleefweerstand gemeten. De puntweerstand wordt vastgesteld m.b.v. een elektrische conus met een tophoek van 60° en een basisoppervlak 500 mm˛. Deze wordt met een constante snelheid van 20 mm/s in de grond gebracht*. De elektrische kleefmantel heeft een basisoppervlak van 7500 mm˛ welke boven de punt van de sondeerconus is aangebracht. Tijdens de meting wordt de diepte, tijd en de helling t.o.v. de verticaal gemeten met een maximale waarde tot 15° gemeten. De hellingmeter voorkomt een onjuiste diepte aanduiding door ‘kromming’ van de sondering, afhankelijk van de sondeerklasse wordt de diepte hiervoor gecorrigeerd. De meetsignalen worden vervolgens via een kabel naar een meeteenheid gestuurd en in de computer opgeslagen.
Klassenindeling
NEN 5140:
Voorafgaand aan de te nemen sondering wordt de sonderingklasse bepaald.
Deze kwaliteitsklasse bepaalt de meetnauwkeurigheid van te meten
conusweerstand, plaatselijke wrijvingsweerstand en diepte. Hei-Team
b.v. sondeert standaard met klasse 2, dit is de hoogst haalbare
kwaliteitsklasse voor de gebruikelijke meetapparatuur in Nederland. In
de tabel 1 worden de diverse klasse weergegeven.
| Klasse | Meetgrootheid | Toelaatbare meetonnauw- keurigheid |
Maximaal toelaatbare sondeerlengte interval tussen de meting |
| 1 | conusweerstand plaatselijke wrijvingsweerstand helling sondeerdiepte |
0,05 MPa of 3% 0,01 MPa of 10% 2° 0,2 m of 1 % |
20 mm |
| 2 | conusweerstand plaatselijke wrijvingsweerstand helling sondeerdiepte |
0,25 MPa of 5% 0,05 MPa of 15% 2° 0,2 m of 2 % |
50 mm |
| 3 | conusweerstand plaatselijke wrijvingsweerstand helling sondeerdiepte |
0,5 MPa of 5% 0,05 MPa of 20% 5° 0,2 m of 2 % |
100 mm |
| 4 | conusweerstand plaatselijke wrijvingsweerstand sondeerdiepte |
0,5 MPa of 5% 0,05 MPa of 20% 0,1 m of 1 % |
100 mm |
| Opm. de toelaatbare meetonnauwkeurigheid is de grotere waarde van de absolute meetonnauwkeurigheid en de relatieve meetonnauwkeurigheid. De relatieve meetonnauwkeurigheid geldt voor de meetwaarde en niet voor het meetgebied. | |||
Meetresultaat: De
meetsignalen die in de computer zijn opgeslagen worden vervolgens op
kantoor uitgewerkt in een grafiek die de diepte tegen de
conusweerstand, met de rode lijn, weer geeft. De weerstand wordt
uitgedrukt in mega-pascal, 1 MPa is gelijk aan 1 N/mm˛, en de diepte
wordt uitgedrukt in meters. Indien de plaatselijke wrijvingsweerstand
(kleef) gemeten is wordt dit in de grafiek weergegeven als de blauwe
gestippelde lijn. Daarbij wordt het wrijvingsgetal Rf in % aan de
rechterkant in de grafiek weergegeven, dit geeft een indicatie van de
bodemopbouw weer (zie tabel 2).
| Grondsoort | Wrijvingsgetal |
| Zand | ca. 1 |
| Silthoudend zand | 1 - 2 |
| Leem | 2 - 3 |
| Klei | 3 - 5 |
| Potklei | 5 - 7 |
| Veen | 7 - 10 |
Hierna volgen enkele
voorbeelden van reeds uitgevoerde sonderingen ter
illustratie.



